De Schijf van Vijf voor ouderenzorg
De ouderenzorg verandert. Professionele hulp is niet altijd (meteen) beschikbaar. Daarom is er de Schijf van Vijf voor de ouderenzorg, die stap voor stap bekijkt wat een cliënt nog zelf kan en waar hulpmiddelen, familie, mantelzorgers en professionals kunnen worden ingezet.
Een val, een operatie, geheugenproblemen of simpelweg het ouder worden kunnen ervoor zorgen dat dagelijkse activiteiten niet meer zo vanzelfsprekend zijn en dat er hulp nodig is. Maar de ouderenzorg in Nederland is aan het veranderen: professionele zorg staat onder druk door personeelstekorten en een groeiende zorgvraag.
Vijf stappen
Om noodzakelijke zorg te kunnen blijven bieden ontwikkelde zorgdeskundige Petri Cornelissen de Schijf van Vijf voor ouderenzorg. Deze visie vanuit de zorg geeft aan hoe de zorg opgebouwd zou kunnen worden en welke vormen van hulp er mogelijk zijn. Eerst wordt er gekeken wat een cliënt zelf nog kan. Een tweede stap is wat een cliënt nog zelf zou kunnen met inzet van hulpmiddelen. Stap 3 onderzoekt wat een cliënt kan met de hulp van familie of naasten. In stap 4 wordt de eventuele inzet van vrijwilligers bekeken en pas in stap 5 wordt vastgesteld welke professionele zorg aanvullend nodig is. De insteek is altijd: zelf doen als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan.
Schijf 1: Eigen kracht
De eerste schijf draait om een belangrijke vraag: wat kan de cliënt zelf doen? Zelfredzaamheid betekent niet dat cliënten alles alleen moeten doen. Het gaat erom dat ze kijken naar hun eigen mogelijkheden en talenten. Misschien kan iemand nog prima eenvoudige maaltijden bereiden of medicijnen zelfstandig innemen. Ook bewegen, gezond eten en sociaal actief blijven dragen bij aan het behoud van zelfstandigheid.
Schijf 2: Hulpmiddelen
De tweede schijf richt zich op hulpmiddelen die het dagelijks leven makkelijker en veiliger maken. Veel mensen denken hierbij direct aan een rollator, maar de mogelijkheden zijn veel groter. Denk bijvoorbeeld aan een druppelbril of steunkousen.
Hulpmiddelen worden soms vergoed via de gemeente, zorgverzekeraar of Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Informeer hiernaar bij de Wmo-cliëntondersteuner van uw seniorenvereniging, de gemeente of het wijkteam.
Schijf 3: Familie
In de derde schijf staat de vraag centraal: welke hulp kunnen familieleden bieden? Kinderen, broers, zussen of andere naasten spelen vaak een belangrijke rol. Dat hoeft niet direct intensieve mantelzorg te zijn. Soms gaat het om praktische ondersteuning, zoals boodschappen doen, vervoer regelen of administratieve zaken helpen afhandelen.
Veel ouderen vinden het lastig om hulp te vragen. Ze willen hun kinderen niet belasten of zijn bang afhankelijk te worden. Toch blijkt dat familieleden vaak graag iets willen betekenen, mits de verwachtingen duidelijk zijn.
Schijf 4: Het sociale netwerk
Niet alle hulp hoeft van familie te komen. Daarom vormt het sociale netwerk de vierde schijf. Buren, vrienden, kennissen, leden van een vereniging of vrijwilligers kunnen veel voor elkaar betekenen. Vaak gaat het om kleine, praktische zaken die een groot verschil maken.
Een buurvrouw die medicijnen meeneemt van de apotheek. Een vriend die meegaat naar een ziekenhuisafspraak. Een kennis die helpt bij het vervangen van een lamp. Het lijken kleine gebaren, maar ze vergroten de zelfredzaamheid en verminderen gevoelens van eenzaamheid.
Schijf 5: Professionele zorg
Pas bij de vijfde schijf komt professionele zorg in beeld, zoals wijkverpleging, dagbesteding of huishoudelijke hulp. Niet omdat die minder belangrijk is, maar omdat deze vaak het best werkt als aanvulling op de andere vormen van ondersteuning.
Door eerst te kijken naar de andere vier schijven ontstaat vaak een completer beeld van wat echt noodzakelijk is. Dat helpt om professionele zorg doelgericht in te zetten waar deze de meeste toegevoegde waarde heeft. Bovendien helpt deze werkwijze om de toenemende druk op de zorg te verlichten.


